IJSLAND

AURORA BOREALIS TOUR

Urania & Dromen

home

fotos

19/2 zondag. Dag 1

Heel Europa, België incluis, heeft wekenlang gebibberd onder een koudegolf en het nieuws dat wij in februari naar IJsland reizen doet hier en daar wat wenkbrauwen omhoog gaan. Je ziet mensen hardop denken ”daar moet je niet gek voor zijn, maar het zal allicht helpen”. Maar we gaan er met een speciaal doel, het ”aurora borealis” of het ”noorderlicht”. Onder deskundige leiding van Werner, medewerker van de sterrenwacht Urania, gaan we op jacht naar dit fenomeen, en daarvoor moet je uiteraard in het Noorden zijn en als je dan toch die richting uitgaat in hartje winter, dan ga je best naar IJsland waar de Golfstroom er voor zorgt dat je niet ter plekke vastvriest als je bij nacht en ontij, buiten naar de lucht zit te staren.
  De vlucht van Icelandair uit Amsterdam naar Keflavik zit afgeladen vol, zelfs in de winter lijkt IJsland nog hopen toeristen te kunnen bekoren. We arriveren in de late namiddag en worden er opgewacht en begroet door Villi, kort voor Vilhjálmur Hjörleifsson, een blozende goedlachse IJslander èn onze chauffeur en gids voor de volgende dagen die zich voorstelt op zijn visitekaartje als ”Mountain Truck Driver, Guide, Adventurer, Storyteller, Joker, Schrink, Mechanic, Plumber and more...”, en het regent er pijpenstelen. Niet direct wat je verwacht in februari vlak onder de poolcirkel maar heel normaal weer volgens Villi. Nu ja, moest de zon er schijnen, een sneeuwstorm woeden of een onweer met hagel, allemaal op dezelfde dag zou dat ook heel normaal zijn in IJsland.
  Ons voertuig is een ”super jeep” een monsterlijk groot 4x4 vehikel met 38" banden dat ons veilig en wel over alle soorten terrein zal brengen. We rijden naar de kust voor een korte fotostop en kennismaking met de wind op IJsland en dan nog eventjes naar het solfatarenveld van Seltun vooraleer we in een restaurant aanschuiven voor ons eerste diner op IJslandse bodem, langoesten à volonté.

20/2 maandag. Dag 2

Het is dan wel geen noorderlicht, ook ’s morgens vroeg kan het licht op IJsland uitermate fotogeniek zijn. Het heeft vannacht gevroren en het is droog en zonnig. Geniet van elk mooi ogenblik, is een ongeschreven wet hier. We bezoeken vandaag wat ze hier de ”Gouden Driehoek” noemen, Gullfoss, Geysir en Þingvellir.
  Dat IJsland rijk is aan vulkanen is ondertussen welbekend, en we beginnen met een bezoekje aan een van de vele kraters die zich omvormden tot een kratermeer, Kerið.
  En dan naar Geysir. De spuiter die aan alle geisers ter wereld zijn naam gaf, ligt enkel nog een beetje amechtig te pruttelen maar zijn collega, Strokkur, is nog altijd aktief, pleziert de toeristen en spuit ongeveer om de 4 tot 8 minuten een indrukwekkende straal 20m de lucht in.
  Gullfoss, de Gouden Waterval, is een van de mooiste watervallen van IJsland, toeteren alle reisfolders, en zeker in de winter als het rijkelijk versierd is met sneeuw en ijs, is dat niet overdreven. In twee trappen dondert het water van de Hvitá; rivier in een lange smalle kloof. Heel mooi.
  Een snelle hap in de cafetaria en dan gaan we naar Þingvellir. Een gebied aan een groot meer, þingvallavatn, waar de voorvaders van de IJslanders, de vikings, in 930 een soort parlement stichten, de Alþingi genaamd. Eigenlijk waren die woeste knapen hun tijd ver vooruit.
  Er zijn meer wolken komen opzetten en dat geeft het landschap en de omgeving een mooi en tegelijk dreigender uitzicht. Niet enkel historisch belangrijk en landschappelijk mooi, ook nog eens geologisch belangrijk want je kan hier van Europa zo naar Amerika stappen. De twee geologische platen liggen hier op spuugafstand bij elkaar aan de oppervlakte.
  Wij hebben nog wat afstand af te leggen naar ons volgend hotel in Arkanes aan de Hvalfjördur of de Walvisfjord. Prachtig gelegen met zicht op de fjord hoewel, lang kan je niet genieten van het uitzicht want het wordt snel stikdonker. Maar dat heeft ook wel zijn goeie kanten want opwinding maakt zich van ons groepje meester als Werner te kennen geeft dat, in tegenstelling tot de eerste voorspellingen de kans op Noorderlicht plots heel reëel is. En ja, na het diner met splinternieuw statief en fototoestel in aanslag sta ik zoals iedereen buiten in het donker naar het noorden te turen.
  Het is niet helemaal zoals de reisfolders en postkaarten graag uitpakken met het heldere groen dat in golvende bewegingen de ganse horizon in lichterlaaie zet. Eigenlijk moet je goed kijken en weten waarop je moet letten om tegen de donkere lucht het beroemde Aurora Borealis te onderscheiden van ordinaire wolken. Maar ieder die het weten kan is dol enthousiast, en tja ik dus ook, alhoewel ik mij in een korte flits afvraag of ik nu ook naar de ”kleren van de keizer” aan het kijken ben. Tot ik achteraf vaststel, tot mijn niet geringe verbazing, dat ik met mijn ”point & shoot” toestelletje foto’s genomen heb van het Noorderlicht in kleur. YESSSSS! Het digitale camera oog ziet veel meer en veel beter dan het menselijk oog, in ieder geval stukken beter dan het mijne. ”Mission accomplished” zei Bush ooit, en ik zou het bij deze niet beter kunnen verwoorden.

21/2 dinsdag. Dag 3

Het weer is op en top IJslands. Zwaar bewolkt, het sneeuwt, er staat een strakke wind en de zichtbaarheid is zowat nihil. We maken een stop aan de heetwaterbron Deildartunguhver. Na de bankencrisis en de uitbarsting van de Eyjafjallajokull deed in IJsland het gezegde de ronde ”we donít have cash, but we have a lot of ash” en ze kunnen daar aan toevoegen ”en massa’s heet water” dat zo maar uit de grond opborrelt gratis voor niks, in dit geval 180L water per seconde aan 97°. Het wordt met pijpleidingen tot 64km verder gebracht en zorgt voor de verwarming van de 2 stadjes Borgarnes en Akranes, 9000 inwoners in totaal.
 Hraunfossar of Lavawatervallen is ook weer zoiets speciaals. Over een afstand van 900m stromen watervalletjes uit het lavaveld Hallmundarhaun als het ware uit de muur in de Hvita rivier. Een goed aantal daarvan is bevroren en dat geeft er weer dat beetje extra aan. De sneeuwstorm gooide wat roet of liever sneeuw in het eten voor de foto’s, maar ook zo was het best mooi.
  Het is niet zo gek ver naar ons volgend hotel en de bedoeling is om daar ons aanhangwagentje met bagage achter te laten en dan verder te rijden voor een trip op de gletsjer de Langjökull met onze super jeep. De gedachte alleen al om met een jeep op een gletsjer te rijden spreekt tot de verbeelding maar in IJsland maken ze daar niet te veel van want er staat zelfs een wegwijzer te midden een sneeuwveld die de richting aanduidt. Uit de banden wordt lucht gelaten opdat de wagen als het ware over de sneeuw zou ”glijden”. Het lukt tot op 800m hoogte maar dan blijkt onze superjeep toch ook niet opgewassen tegen de losse sneeuwmassa en moeten we terug. Om toch ten volle van de gletsjer ervaring te genieten en de sneeuwstorm die er woedt, wandelen we terug tot aan de hut die in de winter gesloten is. Een bijna arctische belevenis. Het stopt met sneeuwen en de zon doet eventjes moeite om de fotoís ietwat meer pit te geven.
  Er staat nog een bezoek aan een lavagrot op het programma, Surtshellir, genoemd naar Surt de vuurreus met het vlammend zwaard uit de Noorse mythologie. De toegang tot de grot is een sportieve onderneming maar de grond daar binnen, bezaaid met rolkeien, is spekglad en dus blijft het veiligheidshalve bij een kortstondige exploratie.

22/2 woensdag. Dag 4

We hebben een lange rit voor de boeg naar Myvatn. Ook nu kon het weer beter zijn. Het witte landschap gaat naadloos over in de grijze lucht en behalve enkele boerderijen en de IJslandse paardjes die op de besneeuwde weiden staan is er niet veel te zien van het landschap, waar we doorrijden.
  We stoppen voor de lunch in Akureyri en een kort bezoek aan het stadje. En dan rijden we naar de Goðafoss, de Waterval van de Goden. Het water van de Skjálfandafljót valt over een breedte van 30 meter, in twee delen 12 meter naar omlaag. In het jaar 1000 kieperde hier een lokale potentaat enkele afgodsbeelden in de rivier toen hij zich tot het Christendom bekeerde en de waterval had zijn naam. We arriveren in Myvatn bij valavond net op tijd voor een redelijke zonsondergang.
  Er is na het diner weer noorderlicht alarm, maar dit keer ziet zelfs de digitale lens van mijn fototoestel niks anders dan donkere lucht en om 23:00 geef ik het op.

23/2 donderdag. Dag 5

Het is nog altijd grijs, het sneeuwt een beetje en de wind waait nog even hard. We rijden langs de ringweg richting Husavik naar Asbyrgi een grote canyon in de vorm van een enorme hoef dat deel uitmaakt van het Jökulsárgljúfur National Park. Volgens de legende zou Sleipnir, het achtbenige paard van Odin, zich hier een beetje misstrapt hebben en met een hoef de canyon gevormd. De geologen hebben een iets prozaïsche verklaring en leggen de oorzaak bij de rivier Jökulsá á Fjöllum in combinatie met een vulkaanexplosie. We wandelen er naar een kleine bevroren waterval.
  Lunchen doen we in Husavik, een vissershaven, waar ze ontdekt hebben dat toeristen veel centen willen ophoesten om levende walvissen te kunnen bekijken. Het houten kerkje uit 1907 wordt als het mooiste van IJsland beschouwd en er is ook een interessant walvismuseum waar je voor een smak IJslandse Kronen binnen mag.
  De rivier, die Asbyrgi mee vormde zorgt er ook voor dat Dettifoss, 44meter hoog en 100meter breed, de titel van krachtigste waterval van Europa mag dragen in hoofde van het debiet. En ja, inderdaad zeer indrukwekkend.
  En dan gaan we bij 3° luchttemperatuur zwemmen in het openluchtzwembad van Myvatn. Het water is rond de 38° en volgens de foldertjes bevat het een unieke mix van mineralen, silicaten en geothermische micro organismen die goed zijn voor lichaam en geest. Het lastigste gedeelte is de afstand van de buitendeur tot in het water. Toch wel speciaal, zwemmen in openlucht in behaaglijk warm water terwijl de wind verse sneeuwvlokken in je het gezicht blaast.
  En ook nu worden we verblijd met het nieuws dat er kans is op noorderlicht. Maar dit keer heb ik besloten te wachten op eventueel verder nieuws in bed. Trouwens, ik ben best tevreden met mijn enkele Noorderlicht foto’s.

24/2 vrijdag. Dag 6

Het sneeuwt niet maar het is nog wel bewolkt. We beginnen de dag met een bezoek aan Dimmuborgir, vertaald als ”Duistere burchten”. Een natuurreservaat met grillige rotsformaties die ontstonden bij vulkaanuitbarstingen een paar duizend jaar geleden. Prachtig wandelgebied maar nu zak je er bij wijlen tot over je knieŽn in de losse sneeuw. Fotogenieke omgeving maar vandaag vooral in zwart wit.
  Op het Myvatn Visitors Centre zijn we snel uitgekeken. We stoppen nog even aan een ondergrondse warmwater bron waar in vroegere tijden dames aan de ene zijde, heren aan de andere zijde konden baden. Proper zullen ze wel geweest zijn, goed ruiken misschien minder, want er hangt een doordringende zwavelgeur, de bovenzijde van de grot is er groen van uitgeslagen.
  We lunchen in een origineel restaurant, dat nota bene op haar sluitingsdag speciaal voor ons opendoet, met binnenzicht op de koeienstal.
  En dan naar een van de grootste solfatarenvelden van IJsland, Námafjall Hverir of zoiets als ”Hete bronnen van Námafjall” vlakbij de bergpas van Námaskarð. Een uitgebreide collectie van stoompluimen, fumarolen en kokende modderpotten die om ter hardst roken, pruttelen en stinken.
  Bij de Krafla vulkaan hebben de IJslanders een geothermische centrale gebouwd die we ook even bezoeken. Alleszins een technisch hoogstandje want de krachten in het binnenste van Moeder Aarde laten zich niet zo maar goedschiks bedwingen.
  En ook onze Super Jeep heeft zijn kwetsbare kant, want zijn batterij laat het afweten, maar hulp is gelukkig niet veraf.
  In de late namiddag breekt de zon door de wolken en zorgt voor geweldige lichteffecten op het besneeuwde landschap. De pseudokraters van Myvatn vormen een ideaal afsluitbeeld.
  Ik doe een laatste poging om ’s avonds nog eens het Noorderlicht te spotten maar het blijft bij een kennismaking met Venus, Jupiter, Orion, Cassiopeia, Sirius en de Pleiade die Werner heel vakkundig aanwijst.

25/2 zaterdag. Dag 7

De dageraad in het oosten zorgt nog eens voor een prachtig kleureffect. We rijden terug naar de kleine luchthaven van Akureyri voor een korte binnenlandse vlucht naar Reykjavik. Een scenic flight over het besneeuwde landschap maar in Reykjavik regent het. Een korte hernieuwde kennismaking met deze sympathieke stad waar de winkelstraten verwarmd en ijsvrij gehouden worden voor we naar een vermaard visrestaurant gaan voor ons afscheidsdiner. Morgen moeten we er hondsvroeg uit voor onze terugvlucht naar Amsterdam.
  IJsland is en blijft een bestemming die onder je huid kruipt. Eens je er was, ga je er onherroepelijk terug naar toe.